Bij een pilotproject op de Brabantse Wal is een nieuw ontwikkelde gebiedstool toegepast in gebieden waar meerdere landgoederen gelegen zijn. Deze tool maakt de brede effecten van maatregelen in het landelijk gebied inzichtelijker. Deelnemers zijn enthousiast, maar doorberekening van de effecten op de natuur is nog lastig.
De Federatie Particulier Grondbezit (FPG), de landelijke belangenbehartiger van particuliere grondeigenaren in Nederland, voert het pilotproject uit. Ze krijgen daarvoor subsidie vanuit Programma Natuur. Een belangrijke aanleiding voor het project waren de vaak moeizame gesprekken in het landelijk gebied. In gebieden waar meerdere landgoederen gelegen zijn, hanteren eigenaren/ ondernemers eigen afwegingen voor de toekomst, die onderling kunnen verschillen. Partijen hebben hun eigen perspectief en werken met hun eigen rekenmodellen. Daardoor blijven ze vaak in hun eigen gelijk hangen.
Anne-Marie Majoie, regiomanager Zuid bij de FPG: “In dit project wilden we daarom inzichtelijk maken welke keuzes er nu echt te maken zijn in het gebied, aansluitend bij de lokale opgaven. Wat betekent een aanpassing in de teeltmethode bijvoorbeeld concreet voor de gewasopbrengst en de stikstofopname? En welke interactie zit daarachter? Dat wilden we met dit project concreet maken.”
De Brabantse Wal was voor dit onderzoek bij uitstek geschikt. “In dit Natura 2000-gebied liggen verschillende landgoederen en spelen verschillende belangen”, vertelt Anne-Marie. “De landbouw heeft hier direct invloed op de omliggende natuur en dat zorgt ervoor dat partijen regelmatig tegenover elkaar staan. Tegelijkertijd liep er al een gebiedsproces en waren die partijen dus al met elkaar verbonden. Daar konden we met ons project mooi bij aansluiten.”
Vergelijking van twee scenario’s
Het project begon met veldbezoeken aan verschillende landgoederen in het gebied. “We zijn in gesprek gegaan met grondeigenaren en boeren en hebben daar grondboringen kunnen uitvoeren. De data en inzichten die dat opleverde vormden input voor de ontwikkeling van een nieuwe gebiedstool.”
Voor die tool is samengewerkt met Aequator Groen + Ruimte. Dit adviesbureau heeft op basis van eigen scripts en bodem en water kennis de modellen van onder meer het Louis Bolk instituut en Wageningen University en Research gecombineerd. “De tool die dat opleverde hebben we vervolgens ingezet bij verschillende landgoederen.”
De gebiedstool werkt vanuit het historisch landgebruik naar de huidige situatie en meerdere toekomstscenario’s. “Op landgoed de Wouwse Plantage teelt een boer nu bijvoorbeeld op een conventionele manier groenten in de volle grond. Een hele diepe sloot zorgt ervoor dat de grond daar niet te nat wordt en heeft daarmee ook grote impact op de omgeving. Met de gebiedstool hebben we gekeken hoe groot die impact is én wat de effecten zouden zijn van twee mogelijke maatregelen: verhoging van het grondwaterpeil of omschakeling naar biologische teelt. Dat liet zien dat verhoging van het grondwaterpeil iets minder opbrengstderving geeft en dat bij biologische teelt de stikstofuitspoeling iets lager is. En dat beide maatregelen positief zijn voor de natuur.”
Op weg naar een menukaart
Dit soort concrete data helpen vooral om gesprekken minder ideologisch en meer feitelijk te voeren. De rapporten die de gebiedstool oplevert hebben volgens Anne-Marie dan ook vooral waarde als ‘praatstuk’. “Je weet waar je het over hebt met elkaar. Dat is voor alle betrokken partijen prettig. Niet alleen voor de natuurbeheerders en waterschappen, maar zeker ook voor de boeren. De boer op de Wouwse Plantage heeft ons onlangs nog uitgenodigd om de resultaten extra toe te lichten. En ook ZLTO is positief over dit initiatief.”
Hoewel de gebiedstool dus al bewijst van waarde te kunnen zijn, is de ontwikkeling ervan volgens Anne-Marie nog slechts een eerste stapje. “Uiteindelijk willen we de effecten van landbouwmaatregelen op natuur kunnen doorrekenen. Bijvoorbeeld niet alleen wat die maatregel voor stikstof doet, maar ook wat dit dan vervolgens concreet betekent voor de natuurkwaliteit. Dit kan nu nog maar heel beperkt.”
Deze volgende stap vraagt om nieuwe modellen en meer onderzoek. “Daarom willen we het project graag voortzetten, en dat hebben we ook bij het ministerie aangegeven. Ons doel is om een menukaart te ontwikkelen die heel concreet laat zien welke handelingsperspectieven er zijn in het landelijk gebied. Voor alle betrokken partijen.”
Sturen op verschillende schaalniveaus
De menukaart moet het straks mogelijk maken om in het landelijk gebied te sturen op verschillende schaalniveaus: perceel, bedrijf én gebied. “Een goede opbrengst voor een bedrijf kan dan misschien toch samengaan met een betere natuurkwaliteit voor het gebied als geheel. Dit is het voordeel van denken in een landgoed, waar vaak verschillende functies worden gecombineerd.”
Ook natuurbeheerders kunnen volgens Anne-Marie hun voordeel doen met zo’n menukaart. “Op een van de landgoederen wordt momenteel een stuk bos hersteld om klimaatverandering tegen te gaan. Die beheerder doet dat vooral vanuit Fingerspitzengefühl en kijkt vervolgens wat er gebeurt. Hij weet dat het goed is voor de biodiversiteit en die ziet hij ook toenemen. Maar hoe meet je dat? Hoe toon je het aan? Daar willen we uiteindelijk antwoord op kunnen geven.”
Typisch Brabants
Op woensdag 21 januari presenteerde Anne-Marie met het projectteam de resultaten van het project tot nu toe aan de deelnemers en verschillende gebiedspartijen. “Hoewel er nog veel onbeantwoorde vragen zijn, zijn zij enthousiast over het initiatief. Ik denk dat het project ook heel goed in Brabant past. We kennen elkaar een beetje en werken graag samen. Ondanks alle tegengestelde belangen, proberen we toch dingen voor elkaar te krijgen.”