Op 21 april 2026 kwamen programmamanagers van het Programma Natuur (provincies, Rijk en terreinbeherende organisaties) samen in Meijendel & Berkheide voor een werkatelier, georganiseerd vanuit de lerende samenwerking. Tijdens deze bijeenkomst, waarbij we te gast waren bij Dunea, stond kennisuitwisseling centraal rondom systeemherstel, gebiedssamenwerking en de uitvoering van fase 2 van Programma Natuur. Aan de hand van presentaties van onder andere de provincie Zuid-Holland, Dunea en de gemeente Katwijk, én een veldexcursie in het duingebied, gingen deelnemers met elkaar in gesprek over praktijkervaringen en actuele uitdagingen.
Inzichten uit de praktijk: provincie Zuid-Holland, Dunea en gemeente Katwijk
De presentaties boden concrete praktijkvoorbeelden van systeemherstel en samenwerking in Meijendel & Berkheide. David van Megen, van de provincie Zuid-Holland, liet zien hoe zij via een integrale aanpak werkt aan ecologisch systeemherstel, onder andere met maatregelen rond hydrologie, recreatiedruk en exotenbestrijding. Simon Witt, Dunea, belichtte hoe natuurherstel, drinkwaterbescherming en recreatie samengaan via een ‘multiple gains’-benadering, waarbij samenwerking in het gebied centraal staat. Elisa Meijer, van de gemeente Katwijk, ging in op de rol van gebiedsontwikkeling en omgevingsmanagement, waarbij vooral het werken met veel verschillende grondeigenaren en belangen een belangrijke uitdaging is. Over alle presentaties heen kwam één gemene deler duidelijk naar voren: effectieve samenwerking tussen gebiedspartners is cruciaal om tot samenhangende en uitvoerbare oplossingen te komen.
Vooruitblik: verdieping op gezamenlijke knelpunten
In het verdiepende gesprek lag de focus op twee belangrijke thema’s: verantwoording en staatssteun. Deelnemers gaven aan dat de veelheid aan rapportage-eisen en systemen leidt tot een hoge administratieve last en behoefte oproept aan meer overzicht en afstemming. De combinatie van verantwoordingen en overlappende eisen vergroot het risico op dubbel werk. Er is daarom behoefte aan betere kennisdeling, onder andere via een gezamenlijke omgeving voor rapportage en monitoring en het versterken van kennisoverdracht.
Daarnaast was er nadrukkelijk aandacht voor de toepassing van staatssteunregels en de uitvoerbaarheid van maatregelen in de praktijk. Vraagstukken rondom grondverwerving, SNL-vergoedingen, instrumenten voor extensivering en het realiseren van systeemherstel – met name in overgangsgebieden – vragen om meer samenhang en duidelijkheid. Ook andere factoren spelen hierin mee, zoals de beperkte middelen voor (na)beheer en exotenbestrijding, de korte doorlooptijd van het programma (met een wens tot verlenging richting 2035) en de impact van terugtrekkende partijen zoals Rijkswaterstaat. Tegelijkertijd spelen bredere uitvoeringsvraagstukken, zoals capaciteitstekorten in het veld en de noodzaak tot competentieontwikkeling.
Er is daarom behoefte aan meer landelijke afstemming, uitwisseling van kennis en het ontwikkelen van robuust instrumentarium, zodat maatregelen effectief, uitvoerbaar en juridisch houdbaar kunnen worden gerealiseerd. Daar willen we vanuit de lerende samenwerking programma Natuur actief op blijven inzetten.